Pajottenland?

Een studentengrap?

De naam Pajottenland duikt plots in de helft van de negentiende eeuw op in de Gentse studentenwereld. In volle romantische periode hebben jongeren uit voornamelijk Zuidwest-Brabant nood aan een streekimago met straffe verhalen en waar goed mee te leven valt. De omschrijving van de streek gebeurt studentikoos wat later als gevolg heeft dat zowat iedereen het oppervlak van het Pajottenland anders ziet.

Liters inkt zijn er nadien voor gevloeid. Tot vandaag.

Entre Senne et Dendre

In 1926 lezen we in het standaardwerk "Entre Senne et Dendre - Contribution à l'étude de la situation des classes agricoles en Belgique (mémoire couronné par l'Académie Royale de Belgique)" een omschrijving van de streek.

La région houblonnière d'Alost comprend la majeure partie des cantons d'Alost, d'Assche, d'Anderlecht, de Molenbeek-Saint-Jean, de Wolvertem et le "Payottenland", c'est-à-dire le territoire de l'ancienne seigneurie de Gaesbeek et les villages environnants. Elle est délimitée à peu près exactemement par la Dendre, La Senne, le chemin de fer de Hal à Grammont par Enghien, et par la ligne de Bruxelles à Termonde qu'elle déborde toutefois assez largement vers Londerzeel.

In zijn voetnoot verwijst de auteur naar De Gronckel en besluit hij met

Encore faut-il remarquer que beaucoup d'habitants de la région ignorent jusqu'au nom du Payottenland. La signification du vocable est inconnue, nous nous sommes en vain renseigné auprès de deux phililogues avertis. Il est évident que l'explication : "terre ou pays des patriottes " avancée par De Gronckel est de la plus haute fantaisie.

We slaan het werk "Schoon Pajottenland" door Aert Van Leeuw open en we lezen hier:

"Aangaande de uitgestrektheid van het Pajottenland zijn er natuurlijk reeds ettelijke meningsverschillen ontstaan, aangezien het hier eerder een toeristische dan wel een vastomlijnde geografische streek betreft. Volgens sommige auteurs wordt het Pajottenland ongeveer gesitueerd als de oude baanderij van Gaasbeek, waarvan gelukkig een pertinente beschrijving uit 1654 bewaard bleef. Dit gebied in West-Brabant omvatte talrijke eigendommen van verschillende grote abdijen, onder meer het oude Liniacum gelegen onder de abdij van Nijvel dat zowel de beide Lenniken, Gaasbeek, O.L.Vrouw-Lombeek als Schepdaal en Sint Gertrudis Pede groepeerde." (Uitgave De Postiljon, Dilbeek 1971).

In dit boek wordt de streek gedetailleerd beschreven en vinden we in het noorden van het Pajottenland Bekkerzeel, Kobbegem, Hekelgem en Essene. In het zuiden stopt de auteur echter bij de gemeenten Beert, Sint-Pieters-Leeuw, Heikruis (!), Leerbeek en Kester. Geen sprake van Bellingen en Bogaarden, laat staan het huidige (we zijn nog voor de gemeentefusies) Herne, Galmaarden, Sint-Pieters-Kapelle of Bever. Ook de Oost-Vlaamse gemeenten van het Pajottenland worden genegeerd.

Pajots Genootschap

In 1999 wordt er in de streek ten zuidwesten van Brussel een vzw opgericht met als naam "Pajots Genootschap". Deze vzw gaat praten met de burgemeesters en schepenen van de gemeenten die in het Pajottenland zouden liggen. Als uitgangspunt wordt de oudste landkaart (J.F. De Gronkel, Lennik 1852) genomen waarop het Pajottenland, onder die naam, vermeld is. Iedereen van de meer dan honderd contactpersonen is het erover eens dat de streek geografisch moet afgebakend worden en niet 'zomaar' moet stoppen aan een grensplaatje met de naam van een gemeente of provincie erop. Pajotten zijn levenslustig en wars van grenzen…